Wat weten we van Willibrord?

door: Jan Peeters

06 november 2021

foto door: Ramon Mangold

Wat weten we van Willibrord?

De heilige Willibrord is stichter van de Nederlandse Kerk en er de beschermheilige van. Wat hij begon is door de eeuwen heen voortgezet en een Nationale Roepingenweek die op zijn feestdag 7 november start vraagt aandacht voor geloofsverkondigers in onze tijd.

Op het eerste gezicht lijkt het vreemd iemand die eind zevende eeuw geboren werd en maar liefst 1282 jaar geleden overleed, te herdenken. En wat weten we eigenlijk van Willibord, die omstreeks 658 in het Engelse Northumbrië geboren werd en ongeveer 81 jaar later in Echternach overleed?

Er is veel over hem geschreven, ook vrij recent nog, waarbij telkens nieuw licht op hem geworpen wordt op basis van nieuwe inzichten. Om maar een voorbeeld te noemen: als Willibrords missiegezelschap een bisschop moet kiezen, kiezen ze niet hem, maar een ander. Inmiddels weten we dat dit lange tijd gebruik was in Iers-Keltische kloosters, waar de abt de leiding had maar apart een bisschop werd gekozen voor sacramentele taken, zoals het wijden van priesters. Daar lag dus niet, zoals lang gedacht, onvrede of conflict aan ten grondslag.

Van Willibrord is bekend dat hij de zoon was van pasbekeerde heidenen. Zijn vader Wilgils en moeder, ontdekken dan een groeiend verlangen naar een leven van gebed en versterving. In dat proces besluiten zij de nog maar zeven jaar oude Willibrord toe te vertrouwen aan het benedictijnerklooster van Ripon in de buurt van het huidige York. Zijn vader Wilgils trekt zich met instemming van zijn vrouw terug in de eenzaamheid voor een leven als kluizenaar. Maar zijn faam van wijsheid en vroomheid trekt anderen aan en zal uiteindelijk leiden tot het ontstaan van een kloostergemeenschapje.

“De monniken hadden de gewoonte van de ‘peregrinatio’: een vrijwillige ballingschap.”

Dat is op zich een opmerkelijk feit: het gebied is net een eeuw gekerstend en dat proces verliep via vorsten en stamhoofden die voor het geloof gewonnen werden. Daarmee waren de oude heidense gebruiken onder het volk nog niet verdwenen. Dat duurde eeuwen.

Kerkhistoricus prof. dr. Eugène Honée publiceerde in 1995 het zeer leesbare boekje ‘Willibrord, asceet en geloofsverkondiger’ (Boekencentrum) waarin hij onder meer wijst op de twee werelden waarin de heilige opgroeide. Enerzijds in die van de Ierse missionaire monniken met hun heel eigen spiritualiteit en anderzijds die van de benedictijnen, die op Rome gericht waren. Die spiritualiteit van nog strengere ascese sprak hem dermate aan dat hij besloot naar Ierland te gaan, waar hij intrad in de abdij van Rath Melsigi in het Zuidwesten van Ierland.

De Iers-Keltische monniken hadden de gewoonte van de ‘peregrinatio’ in de betekenis van het vrijwillig in ballingschap gaan in den vreemde als boetedoening. En als antwoord op een innerlijk ervaren oproep huis en haard te verlaten zoals Abraham dat had gedaan.

Trokken eerst Ierse monniken naar Engeland, later legden de door hen beïnvloedde Angelsaksische monniken dezelfde weg in omgekeerde richting af, in hun vrijwillig gekozen ‘ballingschap’. Willibrord was er één van. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot een leven in strenge ascese oftewel het afzien van de geneugten van het leven omwille van het rijk Gods. Enerzijds uit boetedoening, anderzijds uit de ervaring dat een intens met God leven het overige bijkomstig maakt. Het diepe geluk dat daarin werd ervaren spoorde aan om anderen daarin te laten delen, allereerst door verkondiging aan hen die God nog niet kenden.

Schrijn van de heilige Willibrord in Echternach. (Foto: Ramon Mangold)

De toenmalige Friezen onder koning Radboud wilden niets van het christendom weten. Twee pogingen daartoe door bekenden van Willibrord waren mislukt. Maar toen de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal (680-714) Radboud versloeg, zag Willibrord een gelegenheid om de Friezen de Blijde Boodschap te brengen.

Daarvoor had hij twee dingen nodig: de toestemming van de heersende vorst en een zending door de paus. Beide verkreeg hij en hij werd op aandringen van Pepijn van Herstal door paus Sergius I (687-701) tot aartsbisschop van de Friezen benoemd. Van de Frankische heerser kreeg hij het castellum van het huidige Utrecht als uitvalsbasis. Hij zou er een kerkje bouwen, toegewijd aan San Salvator, de heilige Verlosser.

Hoe de kerstening precies in zijn werk ging is niet bekend, wel dat Willibrord het voortvarend en systematisch aanpakte. Naast het winnen van stamhoofden en lokale vorsten werden afgodsbeelden vernield om aan te tonen dat de aanbeden goden weerloos waren. Datzelfde gebeurde door heidense tempels in gebruik te nemen voor de eredienst.

Daarover verhaalt zijn biograaf, de heilige Alcuin (735-804), in diens levensbeschrijving van Willibrord. Hij beschrijft hoe het slecht afliep met lieden die de heilige probeerden te hinderen, hoe beminnelijk deze zich ook opstelde. Hoewel feit en fictie daarin moeilijk van elkaar te scheiden zijn, zijn er andere bronnen die aantonen dat Willibrords werk zeer gewaardeerd werd. In het door hem gestichte klooster van Echternach bevinden zich lijsten van talloze schenkingen waarvan hij de opbrengsten gebruikte voor de vele kerken en kloosters die hij vestigde. Daarnaast zijn er in ons land heel wat waterbronnen (geweest) die aan hem zijn toegeschreven. Heiloo is daarvan wel de bekendste.

Waterbron in Echternach. (Foto: Jan Peeters)

Het belangrijkste klooster dat hij stichtte was Echternach, waar hij in 739 overleed en begraven werd. Lang is er gespeculeerd over de merkwaardig grote afstand tussen het klooster en zijn feitelijke missiegebied vanuit Utrecht. Naast het gegeven dat het dichter bij het hart van het Frankische rijk lag, is aannemelijk dat hij dacht in de Iers-Keltische traditie van het zich uit de wereld terugtrekken. Of hij zich niet veilig voelde in Utrecht, dat korte tijd door de Friezen heroverd en verwoest is geweest, is niet duidelijk. Wel hebben missionarissen vóór hem vaker de benen moeten nemen onder te grote druk van oprukkende heidense stammen.

Feit is dat Willibrord zich op latere leeftijd van bescherming verzekerde van de Frankische koning Pepijn, wat hem ook afhankelijk maakte van diens beleid.

Feit is ook dat de heilige kennelijk veel indruk heeft gemaakt op zijn omgeving en met tomeloze energie de Blijde Boodschap heeft verkondigd in deels moeilijk toegankelijk gebied. Als na zijn dood in 739 gebedsverhoringen rond zijn graf plaatsvinden wordt Echternach al snel een geliefd bedevaartsoord. Dat is het tot op de dag van vandaag. Er worden nog altijd gebedsverhoringen gemeld en het water uit de bron in de crypte van de kerk waar hij begraven ligt vindt nog steeds gretig aftrek. Willibrord was bezield door het vuur van Jezus Christus, en dat is, ook na meer dan 1280 jaar, niet gedoofd.

Lees ook

Illustratie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en mis niets

Wij zijn uw inschrijving aan het verwerken.

Bedankt voor uw inschrijving op onze digitale nieuwsbrief.

Er is iets mis gegaan bij het verwerken van uw inschrijving.

× Deze popup niet meer weergeven