Op zaterdag 5 oktober vond in Zwolle de Groene Kerkendag plaats.
Die spanning is voelbaar vanaf het eerste moment dat de viering begint. De ruimte is gevuld, maar nog niet “af”. Mensen groeten elkaar, het koor zet in, en ergens hangt het besef: dit is een kantelpunt. “Vandaag willen we dit gebouw wijden, zodat het een huis van God wordt”, klinkt het aan het begin van de liturgie. Daarmee wordt meteen duidelijk dat het hier niet gaat om een feestelijke opening, maar om een verandering van betekenis. Een gebouw dat al staat, maar nog moet worden gewijd.
In de viering worden de muren van de kerk gezegend met wijwater.
In die zin is de wijding geen formaliteit, maar het moment waarop alles samenkomt. “Een kerkgebouw wordt pas echt kerk als het gewijd is”, zegt Michel. “Dat klinkt misschien technisch, maar het is wezenlijk. Dan krijgt het een andere bestemming. Dan wordt het echt een plek van God en van de gemeenschap.” Juist dat besef geeft volgens hem diepte aan de rituelen die volgen.
Ook de gelovigen worden gezegend met wijwater.
Voor Michel is dat geen symboliek op afstand. “Dat raakt aan wie je zelf bent”, zegt hij. “Je wordt er weer bij bepaald: dit is waar het begint. Niet bij een gebouw, maar bij mensen die geroepen zijn om Kerk te zijn.” Daarmee krijgt de wijding meteen een dubbele laag: het gaat niet alleen om de stenen, maar om de gemeenschap die er samenkomt.
Voor het eerst wordt vanaf de ambo gelezen uit de Schrift.
Van daaruit verschuift de aandacht naar het Woord. De ambo wordt gezegend, de Schrift wordt geopend en gelezen. “Moge in deze ruimte voortdurend het woord van God klinken”, klinkt het gebed. Het Woord krijgt letterlijk een plaats in de ruimte.
Michel herkent dat als een van de belangrijkste aspecten van de kerkwijding. “Je markeert hier: dit is een plek waar het Woord klinkt”, zegt hij. “Waar mensen komen om te luisteren, om geraakt te worden, om iets mee te nemen. Dat is niet vanzelfsprekend, dat moet je benoemen.” Juist daarom vindt hij het belangrijk dat daar in de liturgie zo nadrukkelijk bij wordt stilgestaan.
Bekijk ook de video: Vijf kerken samengebracht in één nieuwe kerk. (Tekst gaat verder onder de video.)
Voor Michel zit daarin de herkenning van deze tijd. “We leven niet meer in een tijd waarin geloof vanzelfsprekend is”, zegt hij. “Juist daarom zijn plekken nodig waar dat verhaal verteld blijft worden. Waar je weer kunt herkennen waar het om gaat.”
Halverwege de viering klinkt een zin die dat alles samenvat: “Een nieuw gebouw met levende stenen die hier bidden, zingen en hun geloof delen.”
Dat beeld van de levende stenen is voor Michel misschien wel het meest wezenlijke van de hele viering. “Daar draait het om”, zegt hij. “Je kunt alles perfect organiseren, maar uiteindelijk gaat het om de mensen. Om de gemeenschap die hier samenkomt.”
Het altaar wordt gezalfd met chrisma.
Het altaar wordt bij de kerkwijding gezalfd “als teken van Christus die in ons midden is.”
Het altaar is de plaats waar alles samenkomt: het Woord, de eucharistie, de gemeenschap. Voor Michel zit daar een diepe betekenis in. “Dat altaar maakt het concreet”, zegt hij. “Hier gebeurt het. Hier wordt gevierd, hier wordt gedeeld. Dat maakt een kerk tot kerk. De zalving onderstreept dat: deze plek wordt apart gezet, toegewijd.”
Viering van de eucharistie.
Voor Michel is dat misschien wel het meest indrukwekkende moment. “Dan besef je: dit gaat verder dan vandaag”, zegt hij. “Dit is niet iets tijdelijks. Dit blijft. Daarmee krijgt de kerk een andere dimensie, een aanwezigheid die niet afhankelijk is van de mensen die er op dat moment zijn.”
“We hebben hier lang naartoe gewerkt”, zegt hij na afloop van de viering. “Maar nu begint het pas.” De kerkwijding is een nieuw begin.
Het tabernakel wordt in gebruik genomen wanneer de ciborie met de hosties er worden geplaatst.